Trebor's Flarden, belicht in telkens korte stukjes, verhaaltjes, anekdotes het leven, het be’leven,
op een Grieks eiland.
Soms direct, soms van veraf, soms via de media of van horen vertellen of zeggen, mond tot mond.
Als je weg bent uit de directe invloed van ooit thuis, ga je dingen anders zien, anders benaderen en
beoordelen, kritischer of soms lacherig.

zaterdag 26 februari 2011

The Last Post...


Een gedenkwaardige dag met een gedenkwaardige ceremonie, een dag van respect voor allen die zijn gevallen. Van toen, in de Tweede Wereld Oorlog tot en met de gesneuvelden op missies voor de vrede, nog dagelijks, worden dan herdacht overal in Nederland. Een kleine veertigduizend mensen toonden daar, op de Dam, hun respect voor de gevallenen in het bijzijn van de leden van het Koninklijk Huis. En dan een idioot, bleek later nadat hij was opgepakt, een achterlijke drugshandelaar, een veelpleger verkleed als stemmingmaker, een bom, een bom schreeuwend op het moment dat ‘The Last Post’ wordt geblazen. Paniek, rennende, schreeuwende en huilende mensen, veelal kinderen. Afzettingen sneuvelen, mensen vallen, worden onder de voet gelopen, schaven, kneuzen en gebroken ledematen. Wederom, zoals 30 april een jaar daarvoor, een waanzinnige, een hopeloze die iets fraais verandert in een chaos.

Deze gedachten aan 4 mei, acht uur ’s avonds, is nog niet ‘droog’ of het volgende nare bericht bereikt ons, vanuit Athene. 5 mei, uitgeroepen tot een algehele stakingsdag tegen de diverse, toch wel heel noodzakelijke, bezuinigingsmaatregelen van de regering. Een stel idioten, die zich onder de dekmantel van de betoging , te buiten gaan aan extreem gewelddadige acties en vernielingen. Betogen tegen iets waar je het niet mee eens bent moet kunnen en mogen, vrijheid van meningsuiting, anders gaan de Grieken onder een dictatuur vallen. Dat is niet de bedoeling. Maar je woorden kracht bijzetten met molotov cocktails gaat wel een beetje heel erg te ver, met als gevolg dat drie onschuldige mensen, twee vrouwen en een man, omkomen in een brand. Een brand bewust laten ontstaan door het werpen van ‘cola-tics’ in de richting van een bankgebouw waar deze drie mensen binnen waren en bij een poging om via een etage hoger te ontsnappen voor een geblokkeerde deur kwamen te staan.

Tip: voor de politie die dit soort ‘mensen’ moet bestrijden. Alleen al het begrip, het bestrijden van eigen mensen, de eigen bevolking is te absurd voor woorden, maar blijkt noodzakelijk. Althans een heel klein deel van, maar waar de rest in wordt meegezogen.
Plaats scherpschutters op de daken van gebouwen, draag je een bivakmuts of zo’n theedoek over je mond en neus, schieten. Niet doodschieten, nee, een super snel, urenlang werkend verdovingspijltje in de kont van ons ‘bivakje’ en hij of zij slaapt de komende uren een zalige roes uit. Je hebt er geen kind meer aan, droom zacht van alle mooie dingen die ver van je weg gebeuren, zonder enige schade aan wat er anders op je pad was gekomen, bushuisjes, verkeersborden, winkelruitjes of complete bankgebouwen met aanwezige inhoud.

Waar gaat dit naar toe, straks moeten we de slachtoffers van de herdenkingen, verworven rechten, zoals bijvoorbeeld op stakingen of de feestelijke dingen die het leven kleur en fleur geven gaan herdenken en gedenken. Of er rest een laatste mogelijkheid, geen feestjes meer, geen bijeenkomsten, geen concerten, dan kan het herdenken rustig aflopen tot een nagedachtenis, een herdenking voor alleen de nabestaanden, ergens rustig thuis in de achtertuin, hermetisch afgesloten voor de boze  buitenwereld. 

Leven...


Op een rustig strand in mei, met nog weinig toeristen die het zand bevolken, loopt een jong hondje een beetje te scharrelen, op zoek naar z’n dagelijks ontbijtje. Moederziel alleen, eentje waar de toekomst voor is bepaald door zijn voormalig baasje. Geboren en teveel bevonden, dumpen bij de container en zoek het maar uit, zoals zo vele van deze stumpers overkomt, gewoon bij het vuil zetten, dan ben ik er van af. Met een beetje geluk worden ze gevonden, soms niet meer dan een paar dagen oud, in de container, anders eindigen ze onder de bergen huisvuil op de vuilstort ergens in de bergen. Als ze geluk hebben komen ze veelal onder de hoede van PAWS, de organisatie die zorgt voor opvang van honden en katten. De dieren brengen een bezoek aan de dierenarts en daarna gaan vrijwilligers vervolgens proberen de ‘thuislozen’ bij mensen onder te brengen of te verschepen naar veelal Duitsland, naar een zusterorganisatie die de dieren daar onderbrengt bij pleeggezinnen.
Ons moederziel alleen scharrelende hondje had de dag ervoor al aan de broekspijpen van een wandelaar gehangen, een vriend van ons. Helemaal vanaf het strand, met die kleine pootjes driftig huppelend, mee en weer terug naar de vuurtoren en het kleine kerkje van Agia Foka. Daar moest onze vriend haar, bleek later, achterlaten. Want meenemen naar Nederland was op dat moment onmogelijk, regelen van de noodzakelijke papieren en inentingen zou meer tijd in beslag nemen dan zij op het eiland waren, dus zielig genoeg, blijven scharrelen naar het ontbijt al was het inmiddels lunchtime.

De andere middag, onze buurjongen, komt terug van het strand met onze scharrelaar en broekenbijter. De straat, maar vooral de buurvrouw in opperste extase van het schatje. Maar, daar is al een hondje en twee werd wel een beetje veel. Of we het beestje voor de nacht op het dakterras wilden ‘bewaren’, dan zouden we de andere ochtend PAWS bellen voor onderdak.

Het olijke, vrolijke dier werd mee naar boven genomen en begon spontaan de kraan open te zetten, midden in de hal, van blijdschap over zoveel gastvrijheid. De andere ochtend, inmiddels een paar schoenen armer en zo her en der een spontane lozing achtergelaten moest PAWS worden gebeld. Weet jij het nummer, ik niet, ik ook niet, kijk eens in Paros Life, waar is dat ding, weet ik niet. We bellen niet, we gaan eten kopen, een halsband en een riem, we sturen haar, wat dat hadden we inmiddels besloten, niet naar de opvang.
Telefoontje werd er wel gepleegd, de dierenarts, Stephanos, moest even een consultje uitvoeren, want zo her en der had ons scharrelaartje wat wondjes en plekjes die behandeling nodig hadden. Even een check-up en een bezoek aan de apotheek voor dieren, zalfje voor de plekjes en druppeltjes voor vlooien en eventuele wormen. Het hondje bleek zo’n drie tot vier maanden oud te zijn en verder in goede conditie te verkeren en zou dus niet zo lang geleden moeten zijn gedropt door baas of bazin.


We waren een huisgenoot rijker, de lessen hoe voed ik mijn hond op even gegoogled op het internet als opfrisser van het geheugen. Ontbreekt alleen nog een naam, Liva, naar de plaats van vondst en nog vele andere varianten om te eindigen bij Zowí, in het Grieks ‘leven’. 

Kale kippen plukken...


Sommige financiële ingrepen zijn een noodzaak, een noodzakelijk kwaad geworden, en geven vooral overlast aan diegenen waar de klappen het hardst vallen. De minderdraagkrachtigen, de onderkant van de samenleving, daar snijdt het financieel ingrijpende mes het diepst door en laat sporen na die bijna onuitwisbaar zijn. Mensen die moeten leven van een schamel loontje of van een door hard werken verworven klein pensioentje worden hierbij meedogenloos getroffen.
De Grieken zijn het ‘lullen’ over miljarden hulp meer dan zat, ze willen zekerheden hebben, dat wanneer dan eindelijk die vrachtwagens met bankbiljetten binnenkomen rollen er ook daadwerkelijk iets wordt gedaan aan hun toestand. Dat de inmiddels stevig gestegen prijzen weer terug gaan naar het oude niveau, het liefst het niveau van voor de euro, honderd drachmen niet één euro is, maar twee. Zo komt de prijs van bijvoorbeeld een heel brood, nu één euro, weer op een acceptabele prijs van vijftig cent.
De laatste berichten, op het moment van schrijven, waren dat de BTW, de VAT, van éénentwintig, was voorheen negentien, naar drieëntwintig procent gaat stijgen. Naast de prijsverhogingen door ondermeer duurdere brandstof, loodvrij vijfennegentig was één euro en dertig cent en is in een tijdbestek van vier weken naar één euro achtenveertig gestegen, om daarna toch nog even een klein sprongetje te maken naar één euro drie en vijftig voor een litertje voortbewegingsvloeistof.
Daar komt nu nog weer eens twee procent bij. Het is beter om je auto, scooter of motor op de lokale wijn te laten lopen, wellicht dronken auto’s en even dronken bestuurders, maar in verhouding wel goedkoper. De ferry van € 29,00 naar € 32,50, de bus van het vliegveld van € 3,20 naar € 5,00 en de metrokaartjes ook nogeens met verhoging door de tunnels, het kan niet op.
Het einde is nog niet in zicht, de ambtenaren verliezen hun dertiende en veertiende maand, Kerstbonus, Paasbonus en nog wat andere extraatjes, het kon niet op. Er werden zelfs bonussen gegeven voor het op tijd komen of een klus die in één keer is afgemaakt. Tel daarbij op, dat deze ambtenaren niet ontslagen konden worden en hun tijd gewoon, incasserend, vol zaten en zitten te maken, om bij het sluiten van de carrière met een vette ‘oprotbonus’, die zomaar op kon lopen van vijftig tot tweehonderd en vijftig, niet euro’s, nee, duizend euro’s. Te gek voor worden, een beloning voor jarenlang trouw wachten op je afscheid.
Daarnaast betaalt menig Griek geen euro belasting of het minimum wat mogelijk is. De rest aan inkomen is allemaal zwart, belegd in grote, dure glimmende auto’s en protserige jachten of zeilboten. Tweede en soms zelfs derde en vierde buitenhuizen verspreid over Griekenland, voor de weekends en om te pronken bij vrienden, van kijk mij eens.
Zo ook wanneer ze uit eten gaan, tafel vol, tonen dat, en veelal meer dan de helft terug stuurt naar de keuken, na er misschien even het vorkje in te hebben geprikt om te proeven en de rest als restjes voor de kat of hond te laten.
De rekening van de bezuinigingen wordt natuurlijk door elke Griek ontvangen, maar de armsten lijden het meest en worden tot bijna op het bot kaal geplukt. Terwijl de werkelijke bezitters van geld, vaak verkregen door corruptie en ontduiking van plichten, moeten een keer slikken, eten een paar keer een tzatziki minder en gaan rustig door met ademhalen.

Ti na kanóme, wat kunnen wij er aan doen?

Het blijft lachen met die Woods...


Ben je, was je, de beste van de wereld, een man in super bonus, een master in het deponeren van een klein balletje in een klein gaatje.
Multi-multi-miljonair, met een schoonheid van een vrouw en een schat van een kind en toch kon je die weelde niet dragen. Je ogen zaten potdicht voor zoveel ‘weelde’, dom gedrag vertoont zich, driften die je niet kon stoppen of wilde stoppen, schone vrouwen, van soms een niveau dat niet paste bij je, werden genomen, telkens weer. Die golfclub van je bleef de gaatjes maar zoeken, hole-in one, afrekenen en op naar de volgende.
Dan komt het moment daar, dat je de rekening echt wordt gepresenteerd, door de media, de altijd maar jagende fotografen op sensatie. Nu moet je niet gaan piepen over deze mannen, zij doen hun werk om jouw tijdens je hobby te scoren. Daar leven zij van en minder riant dan dat jij je kunt permitteren, ongelimiteerd in geld, maar niet in gedrag. De bank schermt je werkelijke tegoed wel af, maar je gedrag staat altijd in het zonnetje, als je speelt is het een gewenste aandacht, voor jou, de sport en je sponsors.
Je vrouw dreigt richting de uitgestrekte bossen te verdwijnen, richting land van haar herkomst, Zweden en om de zaak te redden komt er een actie van je, drama op televisie. Primetime voor Woods, een nieuwe sponsor dient zich spontaan aan, de leveranciers van tissues. Deze kun je wel gebruiken, want je andere sponsors haakten één voor één in snel tempo af na het uitlekken van je escapades. Schandelijk gedrag en daardoor schadelijk voor hun goede naam, hun imago.
Even een half uurtje snotteren en een vooraf aan het papier toevertrouwd prevelement over de spijt, de plannen om je te laten behandelen in een kliniek en je besluit om je voorlopig even terug te trekken uit de golfwereld. Totdat je weer geschikt bent om je terugkomst, mogelijk bij Ophra Winfrey , aan te kondigen. Deze aankondiging kwam sneller dan de therapeuten konden knijpen in het oversekste zieltje van onze Tiger. Op de Masters, op jacht naar een aanvulling van zijn garderobe, en nieuwe blazer, een groene, maar het liep allemaal niet zoals hij graag had gewild, vierde. Naar mijn idee nog niet zo slecht, maar als je altijd bent gewend geweest aan winnen, valt deze vierde stek een beetje rauw op je dak. Vervolgens kondig je aan om eerst nog wat meer te gaan trainen voordat je weer aan een potje hole-in one slaan gaat meedoen.
Of de tijd gaat heel snel of je doet het weer overhaast, onder de druk van de sponsoren mogelijk, het volgende toernooi. Daar begint of het indekken tegen een mogelijk ‘verlies’ of je hebt tijdens één van je vele escapades een ‘wiples’ gekregen, want direct bij het begin van het tweede rondje begin je te klagen over pijn in het nekkie. Een wiples of whipless, hangt af van welke nationaliteit er nu weer aan de club is blijven hangen of is het door less wippen..?
Dan de therapeut voor tussen de oren en de ballen maar per direct vervangen voor een therapeut voor de fysieke gesteldheid of toch door een therapeute, een beauty voor vierentwintig uur per dag of eentje voor een snelle wiplesbehandeling.

Tigertje, Tigertje, ‘golfbal’, leer je het nu nooit, want ik hoor ze in Zweden al brommen, let’s play, not on maar in court.

Pareskèví...


Bijna de buurvrouw, een guitig mens op leeftijd en eigenlijk altijd wel vrolijk. Woont samen met haar man, dochter en zoon in een oud huis, half afgebouwd, met daarnaast een piepklein winkeltje alias atelier.



Meesteres in het schilderen van iconen voor de kerken op Paros en Athene. Samen met haar zoon, die beschikt over de gave en opleiding, jaren in Engeland, voor het schilderen op de traditionele Byzantijnse wijze van deze iconen. Pareskèví heeft het van nature en nooit de mogelijkheid gehad om te gaan studeren voor dit werk en heeft het ‘geleerd’ door veel te lezen en het feit dat zij kerkelijk is opgevoed.
De familie geeft totaal niets om geld, als er voldoende is voor het kopen van eten, drinken en materialen voor de iconen, zijn ze zeer tevreden en genieten ze met volle teugen. Pareskèví is altijd in voor een praatje, terwijl de zoon zich bij voorkeur ‘diep terugtrekt’, ergens ver weg achter een in ‘aanbouw’ zijnde icoon van reuze formaat. De dochter heeft een tijdje in Engeland gestudeerd en woont inmiddels weer op Paros en heeft wat psychische problemen en schildert soms wel en dan weer weken niet.
Vele van hun iconen gaan naar Monasteries en kerken in Athene en via hun winkeltje komen bewoners van het eiland een icoon kopen voor een viering van het één of het ander of als dank bij een genezing, maar ook bijvoorbeeld als iemand een nieuw huis betrekt, brengt het bezoek vaak een icoon mee om het huis goed gestemd te krijgen en te houden, een soort van beschermengeltje.

Op Paros zijn er slechts weinigen die deze vorm van schilderkunst, of moet je het zien als het creatief uiten van het geloof, nog uitoefenen. Maar een bezoek aan haar en haar zoon is de moeite waard en ook zeker aan te raden en mocht u ‘iets’ hebben met deze vorm van kunst, schroom niet en schaf zo’n altijd uniek, handgeschilderd exemplaar aan. Mogelijk geldt het als bijdrage om het enthousiasme bij de makers in tact te houden en zo een uitstervend ‘beroep’ te behoeden voor verdwijnen.

Een fenomeen aan het water...


Het maakt niet uit in welk land je komt, met of zonder strand, want dan is er wel ergens een zwembad. Een plaats waar je je even kunt verfrissen en daarna languit op zo’n ligbed opdrogen, de tekort aan slaap onder de stralen van een zalig zonnetje inhalen, heerlijk. Maar om zeker te zijn van dit genot moet er natuurlijk wel eerst even worden gereserveerd, ’s morgens nog voor het ontbijt alvast voor straks een bedje inpikken, handdoekje erop, boek open op pagina dertien, alsof je al heel vroeg was begonnen en dadelijk, na de jus en de verse croissant, verder wilt lezen.
Zo ook een keer op ‘ons’ strand, zonaanbidders, van die bruingeblakerde zandpoezen, een hele familie, pa, ma en twee kids, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, zelfs nog na zonsondergang. Het was goedkoper geweest als ze geen hotel hadden genomen, gewoon op het handdoekje doorgaan, de hele nacht, op het zand.
Op een ochtend, wij toevallig ook eens vroeg op het strand, voor een snelle duik en dan weer lekker naar huis, dat kunnen wij doen, want we wonen op het eiland en hebben de mogelijkheid om wel zes keer per dag te gaan duiken. De familie in aantocht, handdoekjes en boeken, alles dubbel in verband met het gebruik waarvoor ze normaal dienen te worden gebruikt, afdrogen, lezen en voor de reservering van.
De handdoek op het bedje aan de waterkant, het boek op de stoelen bij één van de tafeltjes aan de rand van het strand en tot onze opperste verbazing werden de tassen, waarin het transport van al dat gedoe had plaatsgevonden, gedeponeerd op de stoelen bij een tafeltje op het terras van de strandtent. Alles in één lijn.

Ze zouden voor dit soort mensen de spelregels, zoals ze van toepassing zijn in Italië, moeten hanteren. Daar vinden ze dit, net als overal elders in de wereld, onbeleefd, maar het is daar strafbaar en de boete kan oplopen tot maar liefst duizend euro.

Dat wordt zitten in die stoel en er nooit meer uit komen, niet om te zwemmen of om wat te gaan eten en een pampertje wordt een noodzakelijk kwaad.
In toerbeurt zou nog kunnen, maar allemaal tegelijk een spelletje doen in de zee of zwembad, vergeet het maar. Het is ‘blijf zitten waar je zit en verroer je niet’.

Oudheden maken je in rap tempo lichter...


Mooi stukje grond, ergens tussen de andere huizen, met fraai uitzicht op de haven en een oude begraafplaats, een ancient cemetery. Fraai zeker, maar handig niet, want op het moment dat je je gaat melden voor het verkrijgen van een papiertje met daarop de nodige stempeltjes en zegeltjes, tegen geringe vergoeding natuurlijk, officieel en per envelop, ben je aan de beurt. Er komt een aanhangsel aan de bouwvergunning te hangen, een gebied, een stukje grond met mogelijk nog wat restanten van wat ooit iets is geweest, een deel van die oude rustplaats of wellicht een tempeltje dat daar ooit eens heeft gestaan en onder de aarde is verdwenen. Ja, maar er staan al zoveel huizen daar en net op dat stukje daar tussen wil ik graag bouwen en nu mag het niet of ik moet eerst de archeologische dienst aan het werk zetten.

Aantonen dat er niets onderligt begraven, iets van toen en dat moet jij, de eigenaar van het stukje grond, betalen. Voor het laten zoeken moet worden gedokt of je wilt of niet, anders geen bouwwerkzaamheden. Een team van zo’n mannetje of drie, twee gravers en ééntje de kenner die aangeeft waar er gegraven moet worden, kwastje mee en daar komen de eerste restanten vrij. Fotootje hier en eentje daar, dat gaat mee voor onderzoek en voorlopig dus even wachten met bouwen. De uitslag verneemt u later, veel later, snelheid met oudheden, ze liggen er al zolang, dus waarom haast. Probeer het niet om toch maar alvast in afwachting op te beginnen met het storten van een plaatje beton, zo in de stijl; alles wat je niet meer ziet kun je ook niet onderzoeken, beton erover en niet meer lullen. Nee, dat is er niet bij, dan ben je echt zuur.
Maar wat nu als er echt iets ligt van historische waarde? Graven met alle voorzichtigheid en bloot leggen wat er bloot te leggen valt, hekje er omheen en de losse stukken, zoals munten, amforen, beelden of delen van worden veilig gesteld voor ‘verzamelaars’, in het archeologisch museum.

De archeologische dienst koopt daarna het stukje grond van je en de bouwvergunning kun je op je buik schrijven, niets wordt er opgetrokken op dat stukje grond, nu niet en nooit niet. Voor eens en voor altijd een plekje voor de toerist, een plekje voor de foto’s in het album thuis, maar genieten van het fraaie uitzicht op de haven is niet meer aan de orde.

Maar er is en grote maar, op het koopcontract staat een waarde van zestigduizend, terwijl er zo’n kleine honderdduizend euro is betaald en dat was toen een goede koop. De truc van de Griek om de belasting die over zo’n aankoop, zestig op papier en honderd over de tafel, moet worden betaald een beetje te drukken en dat komt nu even als een mokerslag terug. De grond kwijt, het uitzicht ingeleverd en ook nog eens veertigduizend eurootjes armer. Want die jongens van de ouwe zaken nemen het officiële contract onder de loep en alles voor de komma wordt netjes vergoed, als er geld is natuurlijk. Dus wat je hebt betaald is aan jou en zo lever je met wat laten scheppen in de grond scheppen met geld in.
Je draagt op deze manier netjes bij aan de toeristische, historische locaties op het eiland. Efcharísto polí..!