Trebor's Flarden, belicht in telkens korte stukjes, verhaaltjes, anekdotes het leven, het be’leven,
op een Grieks eiland.
Soms direct, soms van veraf, soms via de media of van horen vertellen of zeggen, mond tot mond.
Als je weg bent uit de directe invloed van ooit thuis, ga je dingen anders zien, anders benaderen en
beoordelen, kritischer of soms lacherig.

woensdag 9 maart 2011

Mag ik ook zo’n..?


Zo’n ding achter op je rug, tussen de schouderbladen, op je kuitbeen, onder de eerste op de bovenarm of voor de intimitie net boven de schaamhaar grens, lager, lager, voor de rest van je leven, schitterend. Vroegerrrrrr, werd je met zo’n ding, waar dan ook geplaatst, met uitzondering van de echte, de zeebonken, anker, kruis en ringen, geloof, hoop en liefde, afgeschilderd als asociaal figuur.

De tatoe, de momenteel alle delen van het lichaam moeten (ont)sierende illustratie van je mening, je love of your life, je levensmotto, het maakt niet uit, het moet ergens komen of staan. Carpe Diem, John de Wolf van Feijenoord, de namen van je kinderen, alsof je na twintig jaar vader- of moederschap dusdanig seniel zult worden dat je die dan bent vergeten of wel wilt zien staan maar nooit meer wil zien. Luctor et Emergo, worstelt ermee en je komt er niet vanaf.
Hebben is hebben, staan is staan, weggummen kan niet meer, groot, groter, grootst, kleur, kleurrijker, welke overtreffende trap is gewenst, lokaal geplaatst of all-over, Aboriginalvullend. Bij deze bevolkingsgroep is het een oeroude traditie om de meest fraaie ornamenten, met veelal heel diep liggende betekenissen, aan te laten brengen, lichaamsoverschrijdend zou je bijna zeggen, want soms denk je bij het zien van een originele, het gaat buiten hem of haar verder. Werkelijk ware kunststukjes aan tatoewerk.

Toen ik klein was, dat is lang gelden, bezocht ik met mijn vader een vriend van hem, kleermaker op Katendrecht, de locatie voor de zeevarende wereld, voor een bezoek aan barretjes, nachtclubs, hoeren en tatoeshops, voor de laatste nieuwe, in meerdere kleuren. Tatoe Dick, de beneden buurman van Oom Barend, wereldberoemd voor het zetten van de wens, waar dan ook op het robuuste lijf. Prikken en poetsen zonder piepen, vakmanschap is meesterschap, ook zonder bier, die komt na de tatoe, in grote mate. Daarna moet de nieuwe aanwinst worden getoond, op de edele of onedele delen, aan de geduldig en altijd vol bewondering reagerende dames, sociaal werksters voor zeebonken in hoge, seksuele, nood, tegen gepaste vergoeding.

Maar terug naar de watjes, de walmutsen, die na gedane arbeid door Dick, the master, op een bepaald moment spijt krijgen van de ‘love of their life’, voor altijd, ‘Carpe Diem’, of worstelen blijft worstelen en het zwemvest is altijd net voor die andere Zeeuwse mossel, ‘Luctor et Emergo’.
Met andere woorden, ik wil dat ding kwijt en wel direct. Dat kan, tegen wederom een soms toch wel tegenvallende vergoeding. De laser brengt hier uitkomst, denken we en hopen we, maar wees gewaarschuwd, voor twee.
Een tatoe is het schieten van een inkt, volgens een vooraf bedacht ontwerp, onder de huid. Op het moment van schieten krijgt het lichaam en soort van overdosis aan niet gewenste stoffen en het gestel kan het niet bestrijden. Wat ons systeem niet kan bestrijden zal het inkapselen, in dit geval de inkt verpakken in een soort zakjes en daarmee voorkomen ons te vergiftigen. Dat is in principe het systeem van het aanbrengen van een tatoe.
Nu de weg terug, de laser, een brandpistool, op hoge temperatuur en indringend vermogen, de zogenaamde frequentie. De dokter start met het openschieten van de door lichaam, gemaakte ingekapselde, zakjes inkt. Afhankelijk van de frequentie schiet hij rood, blauw, zwart of geel, open en de inkt komt door de huid vrij, wordt weggeveegd en daarmee is een deel van de tatoe verwijderd.
Tijdens een door mij bijgewoonde sessie, kon de ‘patiënt’, financieel slachtoffer, eigenaar van twee fraaie illustraties op de onderarmen, slechts tweemaal vijftien minuten, links en rechts, worden behandeld. In deze sessie werd dan telkens een deel zwart, frequentie één, blauw, frequentie twee, enzovoort, weg- of opengeschoten.
De jonge man, net weer getrouwd en vader geworden, wenste straks niet door zijn kind als asociaal te worden gezien, was het ‘slachtoffer’. Zijn vriendin moest ook aanwezig zijn om hem na zijn behandeling veilig naar huis te brengen, want na de schietsessie was hij niet in staat om auto te rijden. Het lichaam reageert direct op de open geschoten zakjes met inkt en gaat wederom het gevecht aan om de ongewenste stoffen buiten te houden.
Dit levert een energie vretende reactie op en hij is pas na een week hevige koorts, weer in staat om voor de volgende schietsessie te komen. Twee armen kosten hem een slordige drieduizend euro en een zestal weken heen en weer tussen zijn woonplaats en het laser centrum.
Zo, hij is van zijn verleden in tatoe af, maar nu brengt hij een bezoek, met vrouw en zijn kleine, aan het zonovergoten strand van welk fraai vakantieland dan ook. Na twee dagen zonnen komt er al een aardig tintje op de armen en de rest van het lichaam, waarbij op de één of andere manier de armen als snelste reageren, oeps.
Daar was zijn tatoe weer, niet in full color, nee, in witte lijnen en vlekken. Door het bruine van de huid komen de littekens van de ‘brandwonden’ terug en ga je de contouren van de tatoe weer zien.

I love you Maria, for ever, is bij een tatoe, ook als Maria inmiddels is ingeruild voor een ander, ‘for ever’. Dus bezint eer gij begint...

Sherlock’s voor belastingontduiking...


In Griekenland was en is de mogelijkheid om de belasting te ontduiken volkssport nummer één en de varianten zijn bijna oneindig. Volgens de Zakjapanner zou zouden de Grieken jaarlijks voor een kleine dertig miljard euro aan de strijkstok laten hangen. Volgens een Oostenrijkse hoogleraar en belastingfraude-expert wordt het totale bedrag geschat op meer dan een kwart van het bruto nationaal product.
Maar er is actie, een heuse politie, een belastingpolitie (SDOE) is in het leven geroepen en die is direct uiterst voortvarend aan de slag gegaan om het gesjoemel te kop in te drukken. Deze fiscale Sherlock’s hebben een kladblaadje ontvangen met daarop een aantal cijfers met daar achter een hele hoop nullen, één komma twee miljard worden ze geacht in het eerste halfjaar te gaan incasseren. Het werd maar liefst een bedrag van één komma acht miljard eurootjes aan niet betaalde en toch gestuurde belastingaanslagen.

Hun eerste zet was eenvoudig en meesterlijk tegelijk, een aantal weken lang hebben ze verdekt opgesteld gestaan bij de parkeerplaatsen van de luxe nachtclubs in  Athene en omliggende dorpen als Glyfada en Vouligameni. Wie schrijft die lacht, als laatste, en kan aan de hand van het genoteerde kenteken de doopcel lichten van de eigenaar van het ruim bemeten vierwielige, peperdure monster. Simpel en efficiënt, kenteken koppelen aan de prijs van de auto en de naam van meneer en dat tezamen jagen we door de aangiftes van genoten inkomsten.
De eigenaren van meer dan zes duizend bolides met een prijskaartje aan het stuurwiel van boven de honderd duizend euro werden zo betrapt op het ontduiken, zeg maar gerust  diepzeeduiken, van de belastingdienst. Dus wie het laatst lacht, lacht het hardst en begint met incasseren, want deze zes duizend bestuurders zullen de komende maanden het lachen zeker vergaan. Want rijden in een auto van honderd of meer dan honderd duizend euro met een inkomen van nog geen tien duizend, en waarschijnlijk al jaren lang, valt niet echt meer in de categorie ‘sjoemelen in de marge’.

Het spelletje ‘schaken’ gaat verder, want wie eenmaal de smaak te pakken heeft, weet van geen ophouden meer, dus zet twee. Weer een stel in de richting van mat, schaakmat.
Men nemen Google Earth en wachten tot de temperatuur stijgt tot zo’n graad of veertig, wat zeker in Athene regelmatig aan de orde is, zetten de cursor op de rijke noordelijke wijken van de stad en bingo. Een gespetter van jewelste, in maar liefst ’zestien-duizend-negen-honderd-en-vier-en-zeventig’ pools ter verkoeling van de hete delen. Maar slechts driehonderd en vierentwintig van de hier wonende, zeer vermogende artsen, advocaten en zakenlieden, beschikken over een zwemparadijs in de achtertuin of op het dakterras. Althans volgens hun aangifte. Sinds tweeduizend acht dien je een kruisje in te vullen bij ja en moet je jaarlijks betalen aan de hand van de afmetingen. Bij een pool van vijfentwintig tot zestig vierkante meter, da’s een kleintje, het bedrag van elfduizend zeshonderd euro. Zou je pretenties hebben om tijdens de Olympische Spelen te gaan voor goud, dan betaal je voor een badje van honderd twintig vierkante meter, jaarlijks zesenveertig duizend achthonderd euro, dat is goudgeld voor een plonsje water, dat is niet inclusief, zes maal twintig maal twee meter diep is tweehonderd veertig kubieke meter water.
Als je het restje zonder het kruisje bij, ja, ik heb er eentje, zou stellen op het formaat kleintje, dan onthouden de bezitters het bedrag van maar liefst, deze keer in cijfers; 193.140.000,= euro (16.974 geturfden -/- 324 nette jongens = 16.650 ondeugende badjes x € 11.600,=) per jaar aan de schatkist.

Zet drie met een pion aan de kade; de eigenaren van luxe jachten en zeilboten. Zo’n kleine tienduizend exemplaren van verschillende formaten, afgemeerd in de jachthavens van ondermeer Pireaus, waarbij het vermoeden, noem het een zekerheidje, bestaat dat er door ongeveer de helft geen BTW (VAT) over is betaald. Trossen los en bij het bewezen varen van de verkeerde koers, alsnog de billen bloot, anders gaat het dobberende ding aan de ketting. Schadepost, geschat, één miljard euro.
We schaken nog even door, de koningin is nog niet gevallen en de lopers zijn nog actief op het bord. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën vertelde vol trost dat ‘elitekorps’ onlangs de aangiften van een honderdvijftigtal artsen met hun praktijk in de trendy Atheense wijk ‘Kolonaki’, waar winkels als Cartier, Chanel en Prada de buren zijn, hebben uitgeplozen. Meer dan de helft van de pillendraaiers verdienden, volgens hun aangiften niet meer dan zesentwintig duizend vierhonderd euro en vierendertig van kwakzalvers haalden de negenduizend euro niet eens. Met dit bedrag hoeven ze helemaal geen belasting te betalen. Alleen al het huren van een ruimte om er praktijk te kunnen houden ligt al vele, vele malen hoger dan dat wat ze opgeven te verdienen per jaar.
We laten een toren door een loper slaan en wachten op de volgende zet. Want volgens die zelfde hoge piet van financiën zijn er in heel Griekenland, met ongeveer elf miljoen inwoners, er maar een paar duizend aangiften met een jaarinkomen van boven de zesentachtig duizend euro.

Wie zegt of durft dan nog te zeggen dat ‘alle’ Grieken de belasting ontduiken. Maar de strijd is begonnen, ze doen er inmiddels van alles aan om het bord schoon te spelen en de zaak op ‘schaakmat’ te krijgen.
Succes, de tijd zal het leren, als de klok maar niet valt voordat...

zaterdag 26 februari 2011

Sterspotje ‘heerlijk...’


Pa lekker onderuit gezakt op de bank, hevig verdiept in het laatste nieuws over de aanschaf van een rolletje nieuwe, van die lekkere, twee koekjes met daartussen een zalig laagje zoetigheid in de vorm van een crème. Zo’n rol heeft hij reeds binnen handbereik en door de verdieptheid in de krant ontgaat hem de binnenkomst van zoonlief, die wel direct oog heeft voor de heerlijkheden. Hij sluipt dichterbij en peutert er eentje uit de rol. De eerst is altijd om de smaak te krijgen en dus bij de tweede gaat het genieten pas beginnen, maar pa ook niet helemaal gek zag de tweede poging inmiddels aankomen en betrapt de ‘dief’ op heterdaad.
Maar hier gaat het allemaal niet om, dat is allemaal reclamegedoe, lekkermakerij, de schappenlegers beïnvloeden. Nee, het ging om de naam van het reeds lang bestaande koekje.

‘Oreo’ is een merk van koekjes van de Amerikaanse firma Nabisco, dat voor het eerst op de markt kwam in 1912. Binnen de huidige receptuur, die werd geïntroduceerd in 1952, bestaat het koekje uit twee ronde chocoladekoekjes met daartussen een zachte, zoete, witte vulling (meestal aangeduid als cream of crème).
Naast de klassieke variant zijn inmiddels ook variaties hierop te verkrijgen, zoals Oreo-koekjes overgoten met melkchocolade of witte chocolade, versies met dubbele vulling (alleen in de Verenigde Staten), varianten met andere smaken en mini-Oreo's.
De Oreo-koekjes hebben over de jaren een cultstatus bereikt. Er bestaan talloze recepten waarin ze voorkomen, zoals van shakes en taarten.
Parodiemuzikant Weird Al Yankovic maakte het nummer The White Stuff als eerbetoon aan Oreo-koekjes.
Binnen de Afro-Amerikaanse cultuur worden Afro-Amerikanen die zich ‘als blanken gedragen’ ook wel aangeduid als Oreo's, omdat ze ‘zwart van buiten en wit van binnen’ zouden zijn.
Lonny Mack heeft een bluesnummer over dit koekje. Op sommige opnames speelt Lonny dit samen met gitarist Stevie Ray Vaughan.

Oreo, uitgesproken zonder enige klemtoon, als een ‘doodkoekje’, niets sprankelends, twee stukken gebakken deeg met daartussen een lik crème, zo klonk dat.
De afdeling voorlichting voor de consument eens opgezocht op internet, om vervolgens voorgelicht te worden als volgt.
De naam komt mogelijk voort uit een deel van het woord crème dat tussen de twee ‘o’s’ van chocolade, de vorm van de koekjes is gestopt. Ook zou het een afgeleide kunnen van zijn het Franse woord voor goud, d’or.
Laten we er dan de Griekse taal op los, dan kom je ineens aan heel andere betekenissen, namelijk als je het woord dus gebruikt zonder enige intonatie hulpmiddel is het gewoon ‘stop’. Niks geen koekjes meer, stoppen met die handel. Dan voegen we er één hulpmiddel om de uitspraak wat op te kalefateren aan toe, oréo. Zo klinkt het al heel veel vriendelijker en aantrekkelijker dan oreo en zeker de betekenis verandert in één keer naar ‘lekker’ of ‘heerlijk’.
Deze ‘tip’ doorgezonden naar de consumentenvoorlichting met daarin de hint om een smaaktest te doen, om de keuze van het woord gestalte te geven, echt te kunnen beoordelen of oréo wel oréo is. Alleen het probleem is dat ‘lekker’ hier niet te koop is. Maar de hint om een paar rollen te sturen kwam niet bij ze op en er kwam verder geen reactie meer van deze afdeling.
Het is zo’n koekje waar je eerst de bovenste er vanaf haalt om vervolgens lekker likkend de crème te nuttigen, de koek is bijzaak.

Je gunt zo’n jongetje toch de oréo’s van zijn vader, en pa, die houdt het op een oreo.

Anekdote...


Het is begonnen bij de Fransen en inmiddels overgewaaid naar andere landen. De luchtige manier van elkaar begroeten, kussen in de lucht.
Wanneer men elkaar ontmoet wordt er flink en luid en duidelijk in de lucht gekust, naast iemands nek en daarbij wordt de andere persoon niet aangeraakt. Het is maar hoe je het wenst, luchtledig gedoe.

Met deze anekdote wil ik mijn lezers en lezeressen bedanken voor het beschikbaar stellen van hun kostbare tijd om al die zin en onzin door te worstelen. Als dank een dikke kus op beide wangen en niet geen vaag luchtledig gedoe, goed gemeend en voelbaar... 

Ver-tezoeken-zekeringen...


Als ik dan eens naar de televisie kijk, en het is toevallig op maandag, eerst even het journaal voor de ‘leuke dingen’ die zoal gebeurden en gebeuren in de wereld, goed voor het gevoel,  de keuze voor, op een eiland ver weg van de werkelijkheid. Een commerciële breek voor het regelen van een kop koffie of een glaasje souma, is wat sterker en kun je komende drama’s en klappen wat beter verwerken en je kijkt er nog minder genuanceerd door, wat minder betrokken. ‘Radar’, zeg maar de raderen gaan draaien, want telkens als Antoinette eenmaal op gang is, laten de heren menselijkleedveroorzakers, want daar gaat het toch meestal om, zich dan maar bergen.
Maar het valt mij op, dat wanneer ik een avondje ga ‘Radaren’ er een verzekeringsmaatschappij in het zonnetje wordt gezet voor de verkoop van één van haar top producten, een woekertje hier en een woekertje daar, om als het nog niet helemaal is uitgewoekerd, poetsen we het polisje nog een beetje op, want dan kan het laatste beetje als bonus nog toegevoegd worden aan het woekerbedrag, ‘alles is voor Bassie’.
Zo ook ergens in mei, nog voor de finale van de Champions League, onze ‘Hertzertje’ draaide weer op volle toeren, sorry verkeerde programma, was in bloed vorm. Een verzekering waarbij je aan het einde van de rit geld in moest leveren, hoe, ik begreep er geen ‘zak’ van, maar de kille cijfers wezen het uit. Zelfs de man van de overkoepeling van verzekeraars, het opperhoofd, het beste incasseringspaard van stal, moest toegeven dat dit niet kon. De ‘Reaal’iteit’ wees uit dat er mensen zijn die jaren hebben ingelegd op hun spaarhypotheek met bijbehorende levensverzekering er aan het einde van de rit een kleine zestienduizend euro bij moet lappen. De maatschappij heeft al een bedrag vrijgemaakt voor het schadeloos stellen van gedupeerden, dus bekennen ze mijn inziens schuld aan de kennis vooraf en toch de polissen verkopen aan de mensen.
Tuurlijk moet je de kleine lettertjes lezen, maar wie kan dat perfect, teksten waar door juristen wellicht weken of maanden aan is geslepen en geschuurd om de ‘reten’ van de verkopers schoon te houden, te vrijwaren voor claims.
Elke keer komt er weer iets anders boven, na de ‘Scheringaatjes’ nu weer zo’n ‘Reaaltje’ en wie weet wat er nog gaat volgen.

Verzekeringsmaatschappijen zijn in mijn ogen gewoon een stel oplichters, dieven, stelen met voorbedachte raden, handelen met voorkennis van het eindresultaat.
Het is jammer dat onze Neelie niet meer op die stoel zit in Brussel, zou ze zomaar geschiedenis hebben kunnen schrijven, zich onsterfelijk hebben gemaakt. Handelen met haar voorkennis en de zaak voor eens en voor altijd op ‘scherp’ zetten.
En het wordt de hoogste tijd dat de Minister van Justitie een ‘bedrag’ en wat ‘ruimte’ vrij moet gaan maken voor een lading onafhankelijke adviseurs om in verzekerde bewaring te stellen, op water en brood. Een polis aan d’r broek, levenslang zonder vooruitzichten op vervroegde aflossing of afkoop. Wat, met een beetje handelen , al dan niet met voorkennis, bij betalen bij het verlaten van het ‘vakantieoord’ ergens ver weg van de bewoonde wereld. Niets geen bonus, ook niet bij bewezen goed gedrag..! 

Huppelvlucht, huppeltas, huppeltrip...


Mijn wederhelft even op en neer naar Nederland voor een bezoek aan de kinderen en vrienden. Vlucht geboekt via Austrian Airlines, Athene via Wenen naar Amsterdam, kat in het bakkie zou je zeggen. Maar nee, Athene naar Wenen verliep iets anders dan in het vluchtschema was opgenomen, sneeuw op de landingsbaan en het vliegtuig had vergeten sneeuwkettingen te monteren voor de landing. Dag Wenen, volgende keer kom ik voor de schnitzel, maar je hoeft ‘m niet te bewaren, doorstartje richting Boedapest dan maar. Daar leverde de landing geen probleem op en moest er even worden gewacht op de doorvlucht naar Amsterdam, mis, dat werd eerst nog een tussenstop op Frankfurt. Dat kon er ook nog wel bij. Landing op Frankfurt met een op de handrem gereedstaand KLM-toetsel, wachtend op een stel ‘luchtpiraten op weg naar Nederland. Aan de trap van het toestel uit Boedapest stond een grondsteward het gezelschap, inmiddels reizend op één instapkaart, op te wachten om hardlopend het halve platform over te rennen richting het ongeduldige KLM-ertje. Hijgend, puffend en bijna een natte broek van het rennen, een stoel bemachtigd en gas op de plank, richting Amsterdam. Dit stukje door het luchtruim verliep verder zonder enige vertraging of hindernissen en zo, een fiks aantal uren later dan gepland, eindelijk ‘thuis’. En tot een ieders verbazing waren ook de koffers op Schiphol gearriveerd, hoe, maakt niet uit, ze waren er allemaal naar toe komen ‘huppelen’.
Opgewacht door de kinderen, die inmiddels het reisspoor compleet kwijt waren, kon het bedje worden opgezocht, morgen uitgerust gaan genieten in een koud en ondergesneeuwd Nederland, noem dat maar genieten, graadje op vijftien op Paros, heerlijk.
Twee weken Holland en dan is er de tijd van gaan, afscheid en een reisplan ingeleverd zodat de achterblijvers ongeveer kunnen gokken waar zich iemand bevindt. Amsterdam, Wenen naar Athene was het voorbestemde kladje voor de piloot en warempel, het is gelukt, voor Wenen net op tijd de sneeuwkettingen uitgerold en zonder problemen naar de break voor een koffie.
Athene ligt rustig in het zonnetje te wachten en na aankomst, wederom zonder hobbels, snel met de bus naar Pireaus, naar de ferry richting Paros, naar huis, heerlijk weer. Even verwarring in de bus op het moment van passeren van de ferryhaven, hier er uit of  nog een halte verder, bij de Metro. Snel, hier toch maar op advies van een medereiziger, op weg naar weet ik veel wat voor eiland. Mis, één halte verder was beter geweest, maar de weg was verder bekend en bleef alleen over een stukje extra wandelen. Maar ja, de altijd te zware koffers en extra tas, extra tas? Shit, nog in de bus, vergeten in de consternatie, wat nu, een bus in Athene en dan je tas vergeten, vergeet het maar, die ben je kwijt.
Dat is jammer, er is niets meer aan veranderen, dus laat maar, rien ne va plus...
Rustig richting ferry, de koffers aan boord gezet en toch zat de verloren tas niet lekker. Eens gaan informeren bij het kioskje van de busmaatschappij of er iets was gevonden in de bus en hoe je het dan terug kon krijgen. De man ter plaatse heel bereidwillig en begon direct te bellen naar ergens in Pireaus, waarschijnlijk het eindpunt van het busje en hopelijk de tas.
Wacht maar even, we gaan kijken wat we kunnen doen voor u. En na een kleine tien minuten kwam er een motor aan gereden vanuit de richting waarin de bus was verdwenen en op de tank, niet te geloven, het verloren tasje met volledige inhoud. Met een giga dank jullie wel, opgelucht richting ferry met de ‘baby’.

Het zou er nog net aan ontbroken hebben dat de ferry, in de periode van de hereniging, besloten had om alvast maar af te varen. En ja, de koffers stonden dan reeds netjes geparkeerd in het rek, keurig richting Paros, maar dan zonder ‘bijbehorende bemanning’.
Dat had bij de hele trip er ook nog wel bij gekund, een huppeltrip met goede afloop, voer voor een boek, maar de honger was gestild, want de ferry lag rustig onder stoom te wachten op het juiste tijdstip van vertrek, tijd voor iets meer dan vier uurtjes relaxen op weg naar huis.

Wat voor dag is het vandaag, dinsdag, donderdag, anders toch nog een uurtje langer, via Syros, welterusten, dobber zacht...

Tegen elk aannemelijk bod…


Griekenland treft voorbereidingen voor de verkoop van een deel van het eiland Mykonos en enkele andere eilanden.

Dit wordt het einde natuurlijk van de idyllische en karakteristieke Cyclades uitstraling, blauw met wit of wordt het wit met blauw van ergernis? De kans dat de een of andere giga projectontwikkelaar dat deel opkoopt en er dan vervolgens even giga hotels en resorts aan gaat leggen, want het moet toch ergens van terug gaan komen, investeren is leuk, maar het mag niets kosten.
Er wordt inmiddels al zo schuin gekeken richting de nieuwe rijken, de Russen en de Chinezen die zich maar al te graag willen roeren in de wereld er grote investeerders. In Athene wordt het -nog- ontkend, maar geloofwaardig schijnt het niet te klinken. Als dit dan lucratief blijkt te zijn, waarom dan als land het niet zelf doen, als het dan toch moet worden ‘opgeofferd’, doe het dan in eigen portemonnee, voor de langere termijn en niet even snel de knip nu vullen, dan is het potje weer leeg voordat je het weet.

Het door schulden geplaagde land wil met de verkoop haar financiële positie verbeteren. Dat meldt de Britse krant ‘The Guardian’ op basis van bronnen. Volgens de krant wil Griekenland een derde van Mykonos, een populaire toeristische bestemming, verkopen of voor langere tijd verhuren.
Naar verluid wordt ook gekeken naar verkoop of lease.

Ik ga die Wereldkrant (artikeltje uit overgenomen) toch maar eens toetsen aan het waarheidsgehalte, want sommig nieuws is toch bijna te gek voor het plaatsen in een krant, zeker in een krant die de hele wereld over gaat.


Dat wordt een fraaie bedoening, dadelijk staat er een strak gesneden pak met inhoud voor mijn deur om me te vertellen dat ik voortaan op zijn grond woon. Want hij of een zij heeft zojuist de helft van Paros gekocht en heeft het snode plan om het hoogste hotel van Griekenland hier te gaan bouwen, net in de lijn van mij vrije  uitzicht op de haven en de baai van Parikia. Als u dan weet dat er op Paros niet hoger gebouwd mag, sorry mocht, worden dan tweehoog met her en der een ‘snoepertje’, een extra slaapkamertje op het terras. Ziet u het al voor u, een hotel van x-verdiepingen, een toeristen pakhuis voor zonaanbidders.

Er worden al voorbeelden genoemd uit het aanbod van een kleine zesduizend eilanden verspreid over de zeeën en waarvan er slechts een tweehonderd dertig zijn bewoond. Met een blik in de verleden tijd, naar Onassis en zijn vrouw Jacky Kennedy, die de trotse bezitters waren van het fraaie eilandje Skorpios. Nu vallen de namen van Nafsika, vijfhonderd hectare groot, in het midden van de Ionische Zee heeft een vraagprijs van vijftien miljoen euro, inclusief of exclusief de af te dragen belasting, graag in cash. Voor de iets minder bedeelde onder de rijken, St. Athanasios, Golf van Corinthië, met een oppervlakte van één hectare, met zandstrand en kristal helder zeewater waaruit je zoetwater kunt maken, gaat de deur uit voor slechts anderhalf miljoen, regelrecht naar het garantiefonds voor de miljarden van Merkel en haar vriendjes. Wellicht is het een idee om een eiland als onderpand te geven en er een centrum van te maken waar bijeenkomsten kunnen worden gehouden die nogal moeilijk te bewaken zijn. ‘Fort G-20’, een soort Fort Knox voor politieke bijeenkomsten. Een ander alternatief zou kunnen zijn om er een ‘vakantieoord’ van te maken voor overwerkt geraakte ambtenaren of een eiland naar voorbeeld  van het vermaarde  ‘Alcatraz’ of ‘Robbeneiland’, speciaal voor zakkenvullers en geldwolven, zoals bankdirecteuren, beurshandelaren, verzekeringsagenten of corrupte politici en dictators.
Jammer, haaien van wreedsoortige aard zijn hier niet geconstateerd, mini haaien als delicatesse op een bedje van horta, naast krokant gebakken aardappeltjes, die zijn er wel en dus zal de bewaking moeten worden uitgevoerd door getrainde dolfijnen.

Nog even en je kunt zelfs Grieken kopen, wie biedt op een perfecte sirtaki danser met ook nog de gave om de bazouki te bespelen. Wellicht lopen er ook nog wel een aantal politici in de parlement rond te dwalen, een beetje het financiële spoor bijster, maar voor de rest nog bruikbaar. Nederland moet nog wat formeren, Paars+ of Paars± met een beetje van die en een beetje van onze Wilde’bras, gemixed met een vleugje Griekse economische kennis komen ze er in het Hollandse Polderlandschap binnen de korts mogelijke tijd uit en kan Beatrix de trappen laten cleanen en de fotografen hun batterijen opladen voor een nieuwe groepfoto, deze keer zonder de aanvoerder van weleer, onze eigen JP Balkebende. Succes verzekerd, alleen voor hoelang?
Er liggen nog wat Zeeuwse eilanden leeg te zijn of ergens in het noorden een stel oorden waar je uitsluitend Jan Mulder tegen kunt komen of gillend de Eemshaven uitscheurt, achter een vijftien jarige solozeilster, naar ver weg om er nooit meer terug te komen.
Maar te koop, voor een schappelijk prijsje, wie biedt?