Trebor's Flarden, belicht in telkens korte stukjes, verhaaltjes, anekdotes het leven, het be’leven,
op een Grieks eiland.
Soms direct, soms van veraf, soms via de media of van horen vertellen of zeggen, mond tot mond.
Als je weg bent uit de directe invloed van ooit thuis, ga je dingen anders zien, anders benaderen en
beoordelen, kritischer of soms lacherig.

vrijdag 11 maart 2011

Aandelen Olympic w’airdeloos…


Op een maandagmiddag breng ik een vriendin, na een gezellige vakantie op Paros, naar het vliegveld voor haar terugreis en daar speelt zich het volgende af.

Het is jammer of hoera, terug naar huis, terug naar het werk, met al weken lang een belangrijke afspraak in de agenda, dat is goed voor de business. Maandagmiddag vier uur vijf, vanaf Paros Airport-je naar Athene, alles bij elkaar in een half uurtje, even wachten en een uur of drie later doorvliegen naar Brussel. Kat in het bakkie zou je zeggen, zeker wanneer het toestel van Olympic om kwart voor vier een keurige landing maakt en zeven en dertig enthousiaste komers naar Paros uit haar binnenste de vrijheid geeft.
Keurig op tijd, minimaal een uur van te voren en daarnaast ook, de avond voorafgaand, via internet en telefoon haar deelname aan de vlucht van hedenmiddag gemeld en bevestigd. Wat kun je nog meer doen dan dat, de rekening was reeds lang betaald, direct bij de boeking van de vlucht meer dan een maand geleden.
Koffer met bagage niet in het extreme gevuld met lokale kaas en flessen ouzo, achttien kilo en dus nog twee speling, een tasje als handbagage, dus aan het overgewicht kan het ook niet liggen.
Op de Airport melden bij de incheck, sorry, maar u bent de eerste reserve op de lijst van deelnemers, zeg maar rugnummer dertien op deze vlucht. Ja, maar hoe kan dat nu, ik heb dat en dat en dat en dat gedaan en nu mag  ik mogelijk niet mee, ik moet doorvliegen, vanavond nog, naar België. Ai, dat zou een excuus kunnen zijn, naar België – dit is door een Hollander geschreven, andersom hadden ze natuurlijk gezegd; een goedkoop vluchtje geboekt zeker en nu op de blaren -. Gezonde en soms hilarische vergelijken en ‘aanvallen’ op elk zo zijn hebbelijkheden en onhebbelijkheden, houd je scherp.
En die mensen daar komen later binnen dan ik en zij mogen wel, zij hebben wel een instapkaart gekregen.
Ja, u heeft wel bevestigd maar geen instapkaart uitgedraaid via internet. Er staat nergens dat dat moet en heb ik dus ook niet gedaan, bellen moest ik en dat heb ik wel gedaan. Sorry, maar u bent reserve en moet wachten wat de piloot gaat doen.

Er zit niets anders op dan zitten en afwachten, wachten of je wel of niet tot de uitverkorene zal behoren, of de piloot je gezicht aanstaat en je niet een teveel aan bagage mee torst op je reis. Wachten en afwachten, meer kun je niet doen, ja, zoals de anderen die in het zelfde schuitje willen meevliegen en niet mogen, tetteren tegen de grondstewardessen. Maar die kunnen en mogen niets en hoeven niets, grondstewardessen gaan de lucht niet in, die blijven zitten waar ze zitten en verroeren zich niet, vooral niet.

Eindelijk komt er beweging in zo’n blauwwit geklede dame op hoge hakken, een verlossend woord hoopt iedereen, ze mag mee, hoera. Mispoes, Olympic truc, sorry, geen misplaatste grap, bittere werkelijkheid, er mogen slechts vijf personen mee en hun bagage. Je meent het niet, de airco gaat spontaan sputteren en proesten, want die kan het plotseling hoog oplopende temperatuurverschil en de ontstane verhitte stoomwolken uit de oren van de overige reizigers niet verwerken, slechts vijf van de bijna twintig passagiers mogen mee. Het luchthavengebouwtje is niet echt ruim bemeten, met daarin ook een lopende band voor het scannen van de koffers met daarachter een diender van de lokale politie om zaken in het oog te houden. Gelukkig voor hem achter de machine en uit de vuurlinie van het ontstane verbale geweld na een gedane mededeling die niet geheel in goede aarde is gevallen.
De wens van het eiland om een groter vliegveld ligt al heel wat jaren op de plank. Doe drie maal per week zo’n mededeling en spontaan wordt het vliegveld verbouwd en voorzien van een heel lange landing- en startbaan en een vertrekhal waar een vliegtuig in kan parkeren.
Eén van de reizigers is een man die driemaal per week gebruik maakt van Olympic om in Athene te komen, honderd dertig kilo schoon aan de haak schatte ik zo in en die mocht dus niet mee. Hoe doe je je zaken in Griekenland?
Zijn uitbarsting deed de uitbarsting van Santorini vervagen tot een rotje tijdens Oud- en Nieuw en de  daarbij ontstane aswolken zouden minimaal voor het komende seizoen elk vliegverkeer in de Egeïsche Zee en omgeving hebben platgelegd. De man ontplofte echt letterlijk en zo her en der vlogen de meegekomen en mee te nemen goederen en bagageonderdelen door de hal van het gebouw. Schuimbekkend van woede keerde hij zich richting de zich achter de doorlichtmachine verschuilende agent, die natuurlijk aan de mededeling verder ook niets kon en kan veranderen, van wat dit nu allemaal wel was en hoe dat allemaal maar kon. De agent kon uitsluitend de man proberen te kalmeren en hem richting een taverna te loodsen om achter een ijskoude ouzo tot rust te komen en het de andere dag weer te proberen of toch maar de ferry te nemen. Want vandaag wordt het niets meer dat vliegtochtje, vijf mogen er mee, meer niet.

De grote vraag? Waarom dan wel? Er is geen wind, ja, dat wisten we al een paar weken, want de temperaturen waren regelmatig gestegen tot zo’n vijfendertig graden en dan zonder één zuchtje wind is het dan redelijk warm te noemen. De kiters lagen voor ‘dood’ bij Pounta en konden ook niet vliegen, de zeilboten in de diverse haven bewogen amper aan de moringen in de baai en dan komt Olympic ineens met de mededeling, er staat geen wind en dus maar vijf vandaag.
Landen op Paros levert geen problemen op, maar opstijgen van het te korte startbaantje is een probleem en als er dan geen wind staat komt het toestel niet van de grond en wordt het spontaan, een paar honderd meter verderop, een Olympic ferry. Daar zijn die propeller dingen niet op gebouwd en de kans dat Athene wordt bereikt is nihil, wat, nul komma nul.
Dat was nog eens een duidelijk antwoord op de grote vraag en daar konden de overige passagiers het mee doen. Ineens vanuit het bijna niets, een grondstewardess met glunderende oogjes. Een blijde boodschap, dus iedereen direct in blijde verwachting van wat er ging komen. Er mochten er nog twee extra, uitsluitend dames in verband met het gewicht, mee van de piloot, alleen zonder bagage, die moest achterblijven op Paros.
Ik, de wegbrenger, kijkt zo eens even naar de boze vluchtloze man, de honderd en dertig schoon aan de haak en zeg tegen hem, als we allebei een rokje aantrekken komen we nog niet in aanmerking, we hebben te veel persoonlijke bagage denk ik zo, pech.
Hij kon nu gelukkig de humor daarvan inzien en klom vervolgens, na de teleurstellende mededeling van de grondstewardess, in de mobiele om zijn terugtocht naar Parikia te regelen.
Slechts vijf met plus twee zonder, zonder enige alternatief om vanavond nog de vlucht naar België te halen. De supersnelle ferry naar Lavrio was om drie uur al vertrokken en nu resten uitsluitend nog de Blue Star om zeven uur vijf en veertig of de Speedrunner om negen uur dertig, maar beiden pas komen pas na elven aan in Pireaus.
Hotel op Paros en morgen met de boot naar Pireaus of toch maar de Blue Star en een hotel in Pireaus boeken. Eerst maar eens even het reisbureau bellen of er nog tickets zijn voor vanavond, ja, doen en voor die twee andere Fransen, op weg naar Marseille, ook maar.
Hotel Triton bracht uitkomst om op één oor te kunnen gaan en dan de andere ochtend rustig richting Athene Airport. Vier uur ferriën, nachtje slapen en een uurtje bussen om daar te komen waar je eigenlijk een half uurtje voor had gepland. Zo, dat was geregeld en nu wie zal betalen, o ja, simpel, Olympic.

De grondstewardessen kregen het ineens heel druk, tickets Paros naar Athene terugbetalen en een vergoeding uitkeren om de ferry, het hotel en het vervoer naar de Airport te betalen. Twee honderd en vijftig euro per persoon in zijn totaliteit of je moest er voor kiezen om bij aankomst in Pireaus direct naar de Airport te gaan, melden bij de Olympic balie en daar vragen voor een hotel. Olympic brengt je naar en haalt je op van het hotel en deze kosten worden betaald door Olympic, dus niet afgetrokken van de cheque die je hebt ontvangen.
Twintig passagiers die allemaal al een kleine zeventig euro hadden betaald voor hun ticket minus zeven, vijf plus twee, moeten dus allemaal zeventig en honderd tachtig euro ontvangen. Het hele vluchtje levert Olympic zeven maal zeventig euro, zeg maar vijf honderd euro op. Ontvangen geen dertien maal zeventig euro, verliespost van  een kleine negenhonderd euro en ze moeten uitkeren dertien maal honderd en tachtig euro. Drie en twintig honderd en veertig euro verlies op één vlucht van een half uur. Dan is er nog geen sprake van de kosten van de vlucht, hoezo een tekort bij Olympic Air.

Nu hebben we het over géén wind, maar het komt regelmatig voor dat er een stevige bries van zeven of acht bofor over de landing- of startbaan, afhankelijk welke richting er is gekozen, blaast en dan is het stijgende vermogen weer te groot en wordt er helemaal niet gevlogen, maar wel eerst allemaal de tickets verkopen met bijbehorende doorvluchten, kassa.
’s Morgens weet de verkeersleiding toch wat de weersverwachtingen zijn voor de komende dag en kunnen ze toch inschatten dat er problemen te verwachten zijn om te vliegen van en naar de eilanden. Sein de reizigers voor die dag vooraf in wat er wordt verwacht, dan kunnen zij hun ticket inwisselen voor geld of een ferryticket en zo toch op tijd zijn voor hun doorvluchten, geen extra kosten en minder stress en ergernissen.

Olympic Air, kampioen voor vluchten met hindernissen... 

Hoe dom kun je zijn..?

Een ‘valse hartaanval’ aanwenden om op tijd thuis te zijn en zo een ‘aanval’ van zijn vrouw of vriendin te overleven. Ben je achtenveertig geworden en dan haal je zo iets in je botte hersens, steekje los of is er een adertje gesprongen in de toevoer naar de denkende delen.
Opgesloten op het Starteiland van de Sneekweek, te laat voor het laatste veerpontje naar de vaste wal, de dringend gewenste verbinding om niet op het matje te hoeven komen, thuis, te laat.

Goede raad gewenst en achteraf altijd heel duur.

De man zag maar één uitweg, een extra overtocht, 112 bellen en een vermeende hartaanval melden bij de centrale en zoals het een goed medisch team betaamt, uitrukken op naar het slachtoffer. Veerpont van wal, even heen en weer, en zodra de man aan de voor hem goede kant van het eiland, het vasteland, was aangekomen bleek hij ‘springlevend’ en in optimale conditie. Wipte spontaan van de brancard en bedankte het ambulancepersoneel met een brede armzwaai voor bewezen diensten en de goede zorg en verdween richting de gebreide broek, naar huis, te laat maar mogelijk nog op tijd.

Zulk gedrag wordt beloond, opsporing verzocht en gevonden. Een bezoekje met een rekening en bijbehorende bekeuring, een peperde rekening. Twee en twintig honderd en zes en veertig euro schoon op de bon mocht meneer afrekenen voor het valse alarm naar 112.

Hoe vertel ik dit thuis, op tijd, nooit, te laat, veel later met of zonder verklaring van het waarom of waardoor. Zorg voor een degelijke verbinding naar de alarmcentrale, want deze melding zou wel eens niet vals kunnen zijn, maar noodzakelijk...

woensdag 9 maart 2011

‘Wellust’coni, premier van bunga-bunga...


Het is toch van de zotte dat een premier open en bloot, hij waarschijnlijk niet, maar zijn bezoeksters in ieder geval wel, zich bezighoudt met dit soort activiteiten. Hij maakt zijn land en zich zelf belachelijk in de rest van de wereld. Dat hij zichzelf op zulks een niveau plaatst, dat is nog daar aan toe, maar zijn land te ‘kakken’ zet en nooit meer serieus genomen kan en mag worden, als ze hem niet de laan uit sturen, in de Europese gemeenschap.

Hoever exact de ‘spelletjes’ zijn gegaan vermeldt het verhaal niet, maar alleen al de aanwezigheid van een 17-jarig meisje op dat soort feestjes in al ongepast en het zou een strafbaar feit moeten zijn als daar gelegenheid voor wordt geboden.

Citaat uit de krant:
Avvenire, de krant van de Italiaanse bisschoppenconferentie, schrijft dat wie aan het hoofd van de regering staat, blijk moet geven van soberheid en fatsoen, ook in de persoonlijke levensstijl.
Famiglia Cristiana, een katholiek weekblad dat door miljoenen Italianen wordt gelezen, noemde de premier 'ziek'.

Vervolgens wordt dit Marokkaanse meisje door politie opgepakt op verdenking van diefstal en belt onze Bunga Bunga boy om haar met een leugentje vrij te krijgen. Ze zou de kleindochter zijn van Hosni Mubarak, de president van Egypte.
Een politieke rel is geboren, de diplomaten kunnen hun koffers wel pakken, hetzij om in het donker zo snel als mogelijk Egypte te verlaten of om te gaan bemiddelen, de knopen van de gulp, bijna smekend op hun knietjes, zo netjes mogelijk te gaan sluiten om het gezicht van Italië te redden.

Wellicht heeft deze president nog wel ergens op een afgelegen stukje stuifzand een lege piramide staan. Want ik zou het nooit accepteren dat in dit soort berichten mijn naam te voorschijn komt. Een land als Egypte waar sowieso de normen over waarheden en ro’c’k and roll’ebollen heel anders liggen, uiterst gevoelig zeg maar.

Maar stel; de dochter van president Mubarak brengt een bezoek aan Italië, cultureel bezoek aan Rome, Florence, Pisa en andere fraaie historische steden. Onze ‘geile Berlus’ verneemt dat en nodigt haar uit op een tuinfeestje bij hem thuis, met vele anderen schaars geklede dames. De dress-code, netjes en decent, verandert na zonsondergang in Bunga Bunga style. Ik hoor het nu al donderen boven Caïro.

Wat zal het worden, de schandpaal in het centrum van de stad met de rotte tomaten, stokslagen, stenigen of toch openbare wurgseks tot hij klaarkomt, aankruisen wat is gewenst, meerdere kruisjes zijn toegestaan.

Ik voel me zo gekwetst...


Je kunt geen krant openslaan, televisieprogramma bekijken of internetnieuws lezen of het gaat wel ergens over een aanstootgevend iets, iets dat mogelijk kwetsend zou kunnen zijn voor moslims.
Zwarte Piet past niet in het straatbeeld omdat hierbij iemand met een afwijkende huidskleur zich gekwetst zou kunnen voelen. Een olijke vrolijke, kunstmatig van tint veranderde, domme Hollander die het knechtje van de enige echte Sinterklaas wil spelen. Eén keer per jaar kinderen plezier brengt en de middenstand reden tot glimlachen geeft bij het aanschouwen van de omzet na gedane inkopen door Sint en zijn zwarte Pietermannen. Nee, ongepast, er moeten witte Pieten komen. En wat betreft Sinterklaas, aangepaste kledij staat tegenwoordig ook in de voorschriften, gekopieerd en per DHL express en @-mail verzonden richting Spanje. Want verbeeld je eens dat het kruis op de mijter of de tabbert van de Goed Heiligman een aanhanger van het moslimgeloof zou kunnen kwetsen. Eraf die versierselen en een kale mijter op het spierwitte haar, dat mag nog wel. Of de krul in de staf mogelijk ook  als aanstootgevend zo kunnen worden gezien, want die krul lijkt wel verdacht veel op de krul in de staart van een varken, rechtbuigen die handel, ter voorkoming van. De kledingindustrie, de producenten van Sinterklaas en Pietenpakken krijgen het nog druk om alles aan te passen en nieuw te maken voor het hele contingent hulpjes van de Sint. Business is business, met dank aan Allah.

Op een ochtend, ergens in een polikliniek in Nederland komt een echte Hollander binnen voor een bezoek aan een dokter, het vermoeden rijst dat het de psychiater van dienst was, en constateert een schitterend en grappig schilderij aan de muur. Aan de muur van een openbare ruimte, want dit was geen privé kliniek, en dus toegankelijk voor alle lagen van de bevolking. Een heus schilderij van een helder uit haar oogjes kijkend varkentje, natuurgetrouw aan het canvas toevertrouwd door de kunstenaar.
Houdt u vast, het schilderij is op verzoek van onze autochtone bezoeker, grootgebracht met toch op z’n minst, net als wij allemaal, een flinke dosis varkensvlees en mogelijk zijn de groeihormonen die in dit vlees hebben gezeten naar zijn hersens gestegen, van de muur verwijderd. ‘Babe’, het roze diertje was populair bij de kinderen, maar werd door ons gevoelige typje mogelijk als aanstootgevend beschouwd voor de moslimbezoekers aan de polikliniek.
Ons ‘varkentje’, met waarschijnlijk een vegetarische inslag, dient een klacht in bij de kliniek en deze ging direct dit varkentje wassen, want ze wilden absoluut geen problemen krijgen met patiënten of bezoekers.

Nog even en we moeten permissie aanvragen wat er wel aan de spijker in onze kantoren, ziekenhuizen, bus- en treinstations of musea mag worden gehangen. Of we kunnen niet meer in korte broek over straat, een biertje drinken op het terras, naar het voetballen gaan kijken of de dames zonder hoofddoek of zelfs burka door het leven laten gaan.
Is er een schrijver die via een aantal pagina’s in een harde kaft iets wil vertellen over zijn ervaringen en gedachten over de opkomst van de islam, moet de presentatiebijeenkomst worden afgeblazen om veiligheidsredenen. Zelfs onze geschiedenis dreigt te moeten worden aangepast, want de gruwelijke gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, is en wordt steeds moeilijker bespreekbaar op de scholen waar zich moslimleerlingen bevinden.

Slaat Nederland niet een beetje op hol in dit soort zaken, laten we ons niet ringeloren door de angst of door het feit dat er gedacht zou kunnen worden dat we discrimineren.

Een dag later een tegenreactie op deze ‘heldendaad om de natie van een potentiële ‘moslimme aanslag wegens aanstoot geving’ te redden door Het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders. Verbolgen zijn zij naar aanleiding van de actie door de kliniek, want een schilderij van een varkentje is helemaal niet aanstootgevend. Oké, wij eten geen varkensvlees, maar wij weten al heel lang dat jullie dat wel doen, maar in onze beleving vinden wij dit vlees onrein. Maar een schilderij onrein is regelrechte onzin en de actie van de autochtone zien wij als ‘niet verstandig als je voor anderen gaat denken en voelen en daarin mee gaat’.

Mag het ietsje meer zijn, nee..!


Geen probleem slager, en vervolgens wordt het heerlijke vers gedraaide ‘bijna sulfietvrije’ gehakt netjes in een cellofaantje verplakt, voorzien van een barcode voor de kassa en kan ik naar huis voor het creëren van heerlijke eigen gemaakte ballen, sorry na braden, balletjes gehakt, zoals we hier zeggen; keftèdaikies.
Dit is allemaal nog redelijk eerlijk, je koopt vierhonderd dertig gram gehakt voor een prijs van, even makkelijk, tien euro de kilo, dus vier euro en dertig cent. Betalen voor wat je krijgt.
De inleiding is eruit, nu de werkelijke zaak waar het om gaat. Zaterdagavond; Kassa, een programma dat diverse zaken, met bijbehorende leveranciers, aan de tand durft te voelen. Van pensioenverstrekkers, banken, verzekeraars of andere zich graag verrijkende instantie over de rug van de consumenten, ze komen allemaal, met woord en weerwoord, bij Felix aan de tafel.
Bellen, met dat mobiele geval, een jungle van contracten, mogelijkheden, cadeautjes en voorwaarden, die kleine altijd onleesbare lettertjes onderaan de ‘super verleiding’, het allerlaatste nieuwe model. Wie leest altijd alles, de neurts, gelukkig, want die stellen het dan, voor de koper altijd te laat, aan de orde.
Telefoonmaatschappijen, KPN, Telfords, Vodafoon en mogelijk nog vele andere, want als de grote broers het doen, waarom zou ik dan als klein mee-etertje uit de ruif het niet doen? Het afrekenen per minuut, terwijl ik zeg maar één minuut en zestien seconden de love-of-my-live welterusten wens, heerlijk romantisch, per mobiele of is het morbide, maar wel als je dit elke avond tien keer doet, uiterst kostbaar.
Eén minuut en  zestien seconden, wereldtijd op de bijpassende afstand richting je geliefde, maar in de boeken kom je voor twee minuten rond en dus nooit in aanmerking voor een nominatie naar de Olympische Spelen in Londen. Als een slak ga je door het ‘liefdesadoratieleven’, op snelheid geklopt door de chronometer van de belcompanies, veelal ook nog sponsor van de Olympische gedachten. Maar in hun vaandel staat niet opgenomen; ‘meedoen is belangrijker dan winnen’, nee, hun slogan is meer, en daarop wordt de sponsorbijdrage mogelijk bepaald, per seconden, nee, per minuut; ‘meedoen en betalen is belangrijker dan winnen’. Ja, dan sluiten ze winst op de beurs of op de jaarcijfers uit, maar dit terzijde.

De slager, de groenteboer of de visboer, voor mijn heerlijke portie maradaìkies, doen eerlijker zaken, open en bloot op de weegschaal binnen oog bereik, dan deze super geldwolven achter computerschermen die ik niet kan controleren.
Je belt één minuut en zestien seconden, dat is per minuut één euro. Dus ik zou moeten afrekenen, één euro en zestien cent. Nee, op dat stuk papier dat aan het einde van de maand binnen komt glijden via de gleuf of per mail staat voor de liefdevolle wens een bedrag van twee euro, oeps.
Klantenservice eens bellen, want dertig dagen per maand, maal één euro zestien had ik als budget opgenomen in mijn kosten patroon der liefde, maar twee euro per wens? Sorry, love, maar dat wordt eens per twee nachten slapen met mijn lieve woordjes, want het kan er niet meer vanaf.
Omgezet naar de prijs per minuut is het dus dertig maal één minuut zestien genieten van liefde, maal één euro, dat is 116 cent per gesprek. Nee, het liefdesspel per mobiele kost het bedrag van twee euro, twee honderd cent. Dertig maal 1,16 is 34,80 per maand, maar met die zakkenvuller per minuut is dat 60,00 per maand, bijna het dubbele van wat ik werkelijk gebruik.
Waar valt die onder, handig zaken doen, misleiding, bedrog of fraude, maar ik voel me genaaid. Sorry, love maar bellen is duurder dan naar de hoeren gaan. Daar maak je een afspraak per half uur, uur of alleen voor een snelle afwerking van de behoefte, dus waar voor je geld voor wat je hebt afgesproken. En als het lekker was, dus ietsje meer ligt in dit geval niet in de weegschaal, geen na’trekking’ voor geleverde diensten. Klaar en duidelijk.

Maar terug naar het ‘kabbelen der drollen voor een sluisdeur’, de belcompanies met hun argumenten waarom deze afrondingen, een soort van siliconenbehandeling van mij rekeningen, ‘een Helwegenbehandeling’. Ja, maar we hebben zus en we hebben zo, de consument wenst het nieuwste van het nieuwste model telefoon gratis bij en abonnement. Gelul, jullie verkopen belminuten, of eigen eerlijker belseconden, en vergeet het ding waarmee dit moet gebeuren. Ik neem een abonnement, sluit en contract, en dat is het, niks meer en niks minder. Vervolgens ren ik naar een winkel waar ze het summum van het summum verkopen. Om voor het apparaat waarmee ik dat contract op kan eten, verbrassen en mogelijk terug mag komen bij mijn love, na gedane boetedoening – nieuwe i-phone of blackberry -.

De slager, de groenteboer of wie ook maar per gram, ons of per kilo zijn waren aan de man brengt; mag het ietsje meer zijn, nee, ik wil exact 116 gram voor één euro zestien, want ik heb niet meer in mijn portemonnee, sorry.

Mag ik ook zo’n..?


Zo’n ding achter op je rug, tussen de schouderbladen, op je kuitbeen, onder de eerste op de bovenarm of voor de intimitie net boven de schaamhaar grens, lager, lager, voor de rest van je leven, schitterend. Vroegerrrrrr, werd je met zo’n ding, waar dan ook geplaatst, met uitzondering van de echte, de zeebonken, anker, kruis en ringen, geloof, hoop en liefde, afgeschilderd als asociaal figuur.

De tatoe, de momenteel alle delen van het lichaam moeten (ont)sierende illustratie van je mening, je love of your life, je levensmotto, het maakt niet uit, het moet ergens komen of staan. Carpe Diem, John de Wolf van Feijenoord, de namen van je kinderen, alsof je na twintig jaar vader- of moederschap dusdanig seniel zult worden dat je die dan bent vergeten of wel wilt zien staan maar nooit meer wil zien. Luctor et Emergo, worstelt ermee en je komt er niet vanaf.
Hebben is hebben, staan is staan, weggummen kan niet meer, groot, groter, grootst, kleur, kleurrijker, welke overtreffende trap is gewenst, lokaal geplaatst of all-over, Aboriginalvullend. Bij deze bevolkingsgroep is het een oeroude traditie om de meest fraaie ornamenten, met veelal heel diep liggende betekenissen, aan te laten brengen, lichaamsoverschrijdend zou je bijna zeggen, want soms denk je bij het zien van een originele, het gaat buiten hem of haar verder. Werkelijk ware kunststukjes aan tatoewerk.

Toen ik klein was, dat is lang gelden, bezocht ik met mijn vader een vriend van hem, kleermaker op Katendrecht, de locatie voor de zeevarende wereld, voor een bezoek aan barretjes, nachtclubs, hoeren en tatoeshops, voor de laatste nieuwe, in meerdere kleuren. Tatoe Dick, de beneden buurman van Oom Barend, wereldberoemd voor het zetten van de wens, waar dan ook op het robuuste lijf. Prikken en poetsen zonder piepen, vakmanschap is meesterschap, ook zonder bier, die komt na de tatoe, in grote mate. Daarna moet de nieuwe aanwinst worden getoond, op de edele of onedele delen, aan de geduldig en altijd vol bewondering reagerende dames, sociaal werksters voor zeebonken in hoge, seksuele, nood, tegen gepaste vergoeding.

Maar terug naar de watjes, de walmutsen, die na gedane arbeid door Dick, the master, op een bepaald moment spijt krijgen van de ‘love of their life’, voor altijd, ‘Carpe Diem’, of worstelen blijft worstelen en het zwemvest is altijd net voor die andere Zeeuwse mossel, ‘Luctor et Emergo’.
Met andere woorden, ik wil dat ding kwijt en wel direct. Dat kan, tegen wederom een soms toch wel tegenvallende vergoeding. De laser brengt hier uitkomst, denken we en hopen we, maar wees gewaarschuwd, voor twee.
Een tatoe is het schieten van een inkt, volgens een vooraf bedacht ontwerp, onder de huid. Op het moment van schieten krijgt het lichaam en soort van overdosis aan niet gewenste stoffen en het gestel kan het niet bestrijden. Wat ons systeem niet kan bestrijden zal het inkapselen, in dit geval de inkt verpakken in een soort zakjes en daarmee voorkomen ons te vergiftigen. Dat is in principe het systeem van het aanbrengen van een tatoe.
Nu de weg terug, de laser, een brandpistool, op hoge temperatuur en indringend vermogen, de zogenaamde frequentie. De dokter start met het openschieten van de door lichaam, gemaakte ingekapselde, zakjes inkt. Afhankelijk van de frequentie schiet hij rood, blauw, zwart of geel, open en de inkt komt door de huid vrij, wordt weggeveegd en daarmee is een deel van de tatoe verwijderd.
Tijdens een door mij bijgewoonde sessie, kon de ‘patiënt’, financieel slachtoffer, eigenaar van twee fraaie illustraties op de onderarmen, slechts tweemaal vijftien minuten, links en rechts, worden behandeld. In deze sessie werd dan telkens een deel zwart, frequentie één, blauw, frequentie twee, enzovoort, weg- of opengeschoten.
De jonge man, net weer getrouwd en vader geworden, wenste straks niet door zijn kind als asociaal te worden gezien, was het ‘slachtoffer’. Zijn vriendin moest ook aanwezig zijn om hem na zijn behandeling veilig naar huis te brengen, want na de schietsessie was hij niet in staat om auto te rijden. Het lichaam reageert direct op de open geschoten zakjes met inkt en gaat wederom het gevecht aan om de ongewenste stoffen buiten te houden.
Dit levert een energie vretende reactie op en hij is pas na een week hevige koorts, weer in staat om voor de volgende schietsessie te komen. Twee armen kosten hem een slordige drieduizend euro en een zestal weken heen en weer tussen zijn woonplaats en het laser centrum.
Zo, hij is van zijn verleden in tatoe af, maar nu brengt hij een bezoek, met vrouw en zijn kleine, aan het zonovergoten strand van welk fraai vakantieland dan ook. Na twee dagen zonnen komt er al een aardig tintje op de armen en de rest van het lichaam, waarbij op de één of andere manier de armen als snelste reageren, oeps.
Daar was zijn tatoe weer, niet in full color, nee, in witte lijnen en vlekken. Door het bruine van de huid komen de littekens van de ‘brandwonden’ terug en ga je de contouren van de tatoe weer zien.

I love you Maria, for ever, is bij een tatoe, ook als Maria inmiddels is ingeruild voor een ander, ‘for ever’. Dus bezint eer gij begint...

Sherlock’s voor belastingontduiking...


In Griekenland was en is de mogelijkheid om de belasting te ontduiken volkssport nummer één en de varianten zijn bijna oneindig. Volgens de Zakjapanner zou zouden de Grieken jaarlijks voor een kleine dertig miljard euro aan de strijkstok laten hangen. Volgens een Oostenrijkse hoogleraar en belastingfraude-expert wordt het totale bedrag geschat op meer dan een kwart van het bruto nationaal product.
Maar er is actie, een heuse politie, een belastingpolitie (SDOE) is in het leven geroepen en die is direct uiterst voortvarend aan de slag gegaan om het gesjoemel te kop in te drukken. Deze fiscale Sherlock’s hebben een kladblaadje ontvangen met daarop een aantal cijfers met daar achter een hele hoop nullen, één komma twee miljard worden ze geacht in het eerste halfjaar te gaan incasseren. Het werd maar liefst een bedrag van één komma acht miljard eurootjes aan niet betaalde en toch gestuurde belastingaanslagen.

Hun eerste zet was eenvoudig en meesterlijk tegelijk, een aantal weken lang hebben ze verdekt opgesteld gestaan bij de parkeerplaatsen van de luxe nachtclubs in  Athene en omliggende dorpen als Glyfada en Vouligameni. Wie schrijft die lacht, als laatste, en kan aan de hand van het genoteerde kenteken de doopcel lichten van de eigenaar van het ruim bemeten vierwielige, peperdure monster. Simpel en efficiënt, kenteken koppelen aan de prijs van de auto en de naam van meneer en dat tezamen jagen we door de aangiftes van genoten inkomsten.
De eigenaren van meer dan zes duizend bolides met een prijskaartje aan het stuurwiel van boven de honderd duizend euro werden zo betrapt op het ontduiken, zeg maar gerust  diepzeeduiken, van de belastingdienst. Dus wie het laatst lacht, lacht het hardst en begint met incasseren, want deze zes duizend bestuurders zullen de komende maanden het lachen zeker vergaan. Want rijden in een auto van honderd of meer dan honderd duizend euro met een inkomen van nog geen tien duizend, en waarschijnlijk al jaren lang, valt niet echt meer in de categorie ‘sjoemelen in de marge’.

Het spelletje ‘schaken’ gaat verder, want wie eenmaal de smaak te pakken heeft, weet van geen ophouden meer, dus zet twee. Weer een stel in de richting van mat, schaakmat.
Men nemen Google Earth en wachten tot de temperatuur stijgt tot zo’n graad of veertig, wat zeker in Athene regelmatig aan de orde is, zetten de cursor op de rijke noordelijke wijken van de stad en bingo. Een gespetter van jewelste, in maar liefst ’zestien-duizend-negen-honderd-en-vier-en-zeventig’ pools ter verkoeling van de hete delen. Maar slechts driehonderd en vierentwintig van de hier wonende, zeer vermogende artsen, advocaten en zakenlieden, beschikken over een zwemparadijs in de achtertuin of op het dakterras. Althans volgens hun aangifte. Sinds tweeduizend acht dien je een kruisje in te vullen bij ja en moet je jaarlijks betalen aan de hand van de afmetingen. Bij een pool van vijfentwintig tot zestig vierkante meter, da’s een kleintje, het bedrag van elfduizend zeshonderd euro. Zou je pretenties hebben om tijdens de Olympische Spelen te gaan voor goud, dan betaal je voor een badje van honderd twintig vierkante meter, jaarlijks zesenveertig duizend achthonderd euro, dat is goudgeld voor een plonsje water, dat is niet inclusief, zes maal twintig maal twee meter diep is tweehonderd veertig kubieke meter water.
Als je het restje zonder het kruisje bij, ja, ik heb er eentje, zou stellen op het formaat kleintje, dan onthouden de bezitters het bedrag van maar liefst, deze keer in cijfers; 193.140.000,= euro (16.974 geturfden -/- 324 nette jongens = 16.650 ondeugende badjes x € 11.600,=) per jaar aan de schatkist.

Zet drie met een pion aan de kade; de eigenaren van luxe jachten en zeilboten. Zo’n kleine tienduizend exemplaren van verschillende formaten, afgemeerd in de jachthavens van ondermeer Pireaus, waarbij het vermoeden, noem het een zekerheidje, bestaat dat er door ongeveer de helft geen BTW (VAT) over is betaald. Trossen los en bij het bewezen varen van de verkeerde koers, alsnog de billen bloot, anders gaat het dobberende ding aan de ketting. Schadepost, geschat, één miljard euro.
We schaken nog even door, de koningin is nog niet gevallen en de lopers zijn nog actief op het bord. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën vertelde vol trost dat ‘elitekorps’ onlangs de aangiften van een honderdvijftigtal artsen met hun praktijk in de trendy Atheense wijk ‘Kolonaki’, waar winkels als Cartier, Chanel en Prada de buren zijn, hebben uitgeplozen. Meer dan de helft van de pillendraaiers verdienden, volgens hun aangiften niet meer dan zesentwintig duizend vierhonderd euro en vierendertig van kwakzalvers haalden de negenduizend euro niet eens. Met dit bedrag hoeven ze helemaal geen belasting te betalen. Alleen al het huren van een ruimte om er praktijk te kunnen houden ligt al vele, vele malen hoger dan dat wat ze opgeven te verdienen per jaar.
We laten een toren door een loper slaan en wachten op de volgende zet. Want volgens die zelfde hoge piet van financiën zijn er in heel Griekenland, met ongeveer elf miljoen inwoners, er maar een paar duizend aangiften met een jaarinkomen van boven de zesentachtig duizend euro.

Wie zegt of durft dan nog te zeggen dat ‘alle’ Grieken de belasting ontduiken. Maar de strijd is begonnen, ze doen er inmiddels van alles aan om het bord schoon te spelen en de zaak op ‘schaakmat’ te krijgen.
Succes, de tijd zal het leren, als de klok maar niet valt voordat...